artgalleryjorg.be © • Jorg Schelfhout

 

ARTGALLERY JORG

C  O  N  T  E  M  P  O  R  A  R  Y      A  R  T

 

 

 

 

 

JOHAN VAN GEERT

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geboren in 1960 te Aalst. Begon zijn artistieke opleiding aan de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten aldaar. Daarna studeerde hij verder aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen en vervolgens aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten. Sindsdien woont en werkt hij in Antwerpen-Berchem.
Gefascineerd door de constant ervaren dualiteit in onze kleine wereld en in de grote wereld, “verbeeldt” hij zijn mijmeringen over macht en onmacht, aards en geestelijk bestaan en de vraag naar onze rol in dit alles.J. Van Geert is één van de elf geselecteerde Belgische keramisten te China, Fuping.  De Fuping Pottery Art Village is gelegen nabij Xi’an, bekend van het beroemde terracottaleger. Het werk van Van Geert maakt deel uit van de pemanente collectie van het FLICAM (FuLe International Ceramic Art Museum) dat o.l.v. Dr. I Chi Hsu wereldwijde faam geniet.
 
 
Het werk van J. Van Geert heeft veel met menselijke hoogmoed te maken. De kunstige urnen die hij ons toont laten heldhaftige personages zien die hun trofeeën oorlogszuchtig de hoogte insteken. Zijzelf staan bovenop urnen waarvan we kunnen vermoeden dat ze de resten van gevallen krijgsbroeders bevatten of van slachtoffers, wie zal het zeggen? De trofeeën die ze de lucht inhouden blijken niet meer dan beenderen te zijn, restanten ontdaan van alle menselijkheid. Hun krijgshaftige gebaren lijken bij nader inzien pathetisch te zijn, zelfverheerlijkend en daardoor in feite potsierlijk. Bij het zien van de urnen is een vergelijking met het boek van Tom Wolfe: ‘The bonfire of the vanities’ (of in het Nederlands: ‘Het vreugdevuur der ijdelheden’) niet ver weg. Het beeld van dansende figuren rond vreugdevuren die tenslotte leiden tot stof en as, spreekt tot de verbeelding. In Prediker staat “Alles is ijdelheid”, waarbij het woord in zijn oorspronkelijke betekenis wordt gebruikt, namelijk “vergankelijkheid”, de ijdelheid of vergankelijkheid van het ondermaanse. Ondermaans kun je de vliegende schotels die Johan ons toont dan weer niet noemen, eerder bovenaards. Ook hier weer werkt de kunstenaar op verschillende niveaus. Sommige van die schotels worden omcirkeld door in porselein gegoten aardappelvormen, en aardser dan een aardappel kun je niet zijn. Die tweespalt zien we wel vaker in het werk van Johan: groepering en isolering, verbondenheid en afstandelijkheid, het ondermaanse en het buitenaardse. Ook hier is er weer sprake van ijdelheid. Je kan je stoffelijke resten laten bewaren in een kunstige urne, maar je kan nog een stap verder gaan. Waarom niet je resten, of wat genetisch materiaal, de ruimte inschieten? Als André Hazes het al doet kan de rest niet veel langer op zich laten wachten. De schotel als transportmiddel. Hebben we ook hier te maken met kunstig verpakte urnen? Van vele kunstenaars wordt geponeerd dat er in hun oeuvre eenheid in verscheidenheid is. Bij Johan lijkt eerder sprake van het omgekeerde: van verscheidenheid in eenheid. Hoewel bij de schotels die we te zien krijgen de basisvorm vaak dezelfde is, slaagt hij er toch in met enkele details er een verschillende uitdrukking aan te geven. Vaak is zijn ingreep miniem en het resultaat toch helemaal anders. Ook hierin schuilt de hand van een groot kunstenaar.
Johan kiest resoluut voor porselein, een materiaal dat zich niet makkelijk in vormen laat vangen en waarvoor vakmanschap en materiaalkennis vereist zijn. Net vooraleer zand zich in de oven omvormt tot porselein, wordt het even bijna doorschijnend en glashelder, waarna het verstart en zijn definitieve vorm aanneemt. Ook bij het werk van Johan ligt waarschijnlijk vaak een glashelder idee aan de basis dat zich even openbaart aan de geest van de kunstenaar om daarna te verstarren in een beeld dat ook wij dan tenslotte te zien krijgen. Naar het idee hebben we het gissen, het beeld daarentegen spreekt voor zich. De rest is ijdelheid.